Bij brand, rook of direct gevaar: breng jezelf in veiligheid en bel 112. Laat werkzaamheden aan je installatie door een vakpersoon beoordelen.

Een laadpaal plaatsen lijkt overzichtelijk: paal aan de muur, kabel ernaartoe en laden maar. Maar zodra er meerdere elektrische verbruikers tegelijk draaien, wordt de beschikbare capaciteit bepalend. Laadmanagement systemen zorgen ervoor dat laadpalen slim omgaan met het vermogen dat uw woning of bedrijfspand op dat moment kan missen. Daarmee voorkomt u dat de hoofdzekering overbelast raakt.

Dat is geen luxe voor later. In een woning met een warmtepomp, inductiekookplaat, zonnepanelen en één of twee elektrische auto's kan de belasting snel oplopen. Bij bedrijven spelen daarnaast openingstijden, piekverbruik van machines en het gelijktijdig laden van medewerkers of bezoekers mee. De juiste oplossing begint daarom niet bij de laadpaal, maar bij de installatie erachter.

Wat doet een laadmanagementsysteem?

Een laadmanagementsysteem meet hoeveel elektriciteit een pand op dat moment verbruikt en stemt het laadvermogen daarop af. Is er ruimte in de aansluiting? Dan kan de auto met een hoger vermogen laden. Neemt het verbruik in huis of in het pand toe? Dan verlaagt het systeem tijdelijk het laadvermogen.

Stel: u heeft thuis een aansluiting van 3 x 25 ampère. U laadt de auto, terwijl de warmtepomp draait en er wordt gekookt. Zonder sturing kan de installatie meer vermogen vragen dan de aansluiting aankan. De hoofdzekering kan dan uitschakelen. Met dynamische load balancing krijgt de auto tijdelijk minder vermogen. U merkt daar vaak weinig van, maar de rest van de installatie blijft wel gewoon werken.

Bij meerdere laadpunten verdeelt het systeem het beschikbare vermogen over de aangesloten auto's. Dat heet vaak groeps- of collectief laadmanagement. De verdeling kan gelijk zijn, maar ook rekening houden met instellingen zoals vertrektijd, maximale laadsnelheid of een aangewezen voertuig dat voorrang krijgt.

Wanneer zijn laadmanagement systemen nodig?

Bij één laadpaal is laadmanagement niet altijd verplicht, maar het is vaak verstandig. Zeker wanneer de groepenkast al flink belast wordt of wanneer u verdere verduurzaming plant. Denk aan een warmtepomp, airco, elektrische boiler of uitbreiding van de keuken. Een installatie die vandaag net voldoende is, kan na een verbouwing te weinig ruimte hebben.

Bij twee of meer laadpunten is sturing meestal geen bijzaak meer. Zonder verdeling moet u de elektrische installatie mogelijk fors verzwaren om alle laadpalen tegelijk op vol vermogen te laten werken. Dat kan technisch nodig zijn, maar niet altijd. Als auto's vooral 's avonds, 's nachts of gedurende een volledige werkdag laden, is slim verdelen vaak een logischer en voordeliger vertrekpunt.

Voor een bedrijfspand, VvE of vastgoedlocatie hangt de noodzaak af van het aantal gebruikers en de beschikbare netcapaciteit. Vier laadpunten betekenen niet automatisch dat er vier keer maximaal laadvermogen nodig is. De vraag is hoeveel auto's tegelijk moeten laden, hoe lang ze blijven staan en welk ander verbruik er op die momenten in het gebouw plaatsvindt.

Statisch of dynamisch: het verschil in de praktijk

Bij statisch laadmanagement krijgt iedere laadpaal een vooraf ingesteld maximumvermogen. Dat is een eenvoudige oplossing wanneer de beschikbare capaciteit duidelijk en constant is. Bijvoorbeeld als twee laadpunten samen nooit meer dan een vaste waarde mogen afnemen. Het systeem meet dan niet wat de rest van het pand doet.

Dynamisch laadmanagement kijkt wel naar het actuele verbruik achter de hoofdaansluiting. Daardoor gebruikt u de ruimte die er op dat moment werkelijk is. Brandt de oven niet, staat de warmtepomp rustig en is het overige verbruik laag? Dan kan de auto sneller laden. Loopt de belasting op? Dan schaalt het laden automatisch terug.

Dynamisch is doorgaans flexibeler, maar vraagt om een goede meting en een passende configuratie. Ook moet duidelijk zijn welke installatieonderdelen worden gemeten. Bij panden met meerdere aansluitingen, onderverdelers of zonnepanelen is die voorbereiding extra belangrijk. Een laadoplossing werkt alleen goed als de metingen en instellingen aansluiten op de feitelijke situatie.

Eerst de groepenkast en aansluiting beoordelen

Een laadpaal is een zware, langdurige verbruiker. Daarom moet niet alleen worden gekeken naar wat er nog vrij is in de groepenkast. Belangrijker is wat de hoofdaansluiting aankan, hoe de fasen zijn verdeeld en in welke staat de bestaande installatie verkeert.

Bij een 1-faseaansluiting zijn de mogelijkheden anders dan bij een 3-faseaansluiting. Een auto kan bijvoorbeeld technisch geschikt zijn voor 11 kW laden, maar dat betekent niet automatisch dat uw woning of groepenkast dit zonder aanpassing ondersteunt. Ook de laadpaal, bekabeling, beveiliging en aardlekvoorziening moeten als geheel kloppen.

In oudere woningen zien we regelmatig groepenkasten die ooit zijn ingericht voor een heel ander verbruikspatroon. Extra groepen, aanpassingen of een nieuwe groepenkast kunnen dan nodig zijn. Dat hoeft niet meteen tot de grootste oplossing te leiden. Het doel is een veilige installatie die past bij uw huidige gebruik én bij plannen die al concreet op de agenda staan.

Zonnepanelen en slim laden

Zonnepanelen maken laadmanagement interessanter, maar ze leveren niet vanzelf gratis autokilometers op. Een laadmanagementsysteem kan rekening houden met lokaal opgewekte zonne-energie, afhankelijk van de laadpaal, de energiemeter en de gekozen aansturing. Bij voldoende opbrengst kan de auto dan juist op die momenten laden.

Dat werkt het best als de auto overdag regelmatig thuis staat. Bij veel huishoudens is dat niet zo. Dan kan laden op goedkope uren of laden na thuiskomst praktischer zijn. Ook het weer, seizoenen en ander huishoudelijk verbruik spelen mee. Zonnepanelen zijn dus een goede reden om de instellingen te bespreken, niet om zonder technische beoordeling een laadpaal te kiezen.

Voor zakelijke locaties kan het laadbeleid worden afgestemd op de bedrijfsvoering. Medewerkers die de hele dag parkeren, hoeven niet allemaal direct op maximaal vermogen te laden. Door het beschikbare vermogen te verdelen, blijven de kosten en de aansluiting beheersbaar zonder dat gebruikers onnodig lang moeten wachten.

De kosten: waar zit het verschil?

De kosten van laadmanagement zitten niet alleen in een module of energiemeter. De totale prijs wordt bepaald door de bestaande installatie, de afstand tussen groepenkast en laadpunt, benodigde kabelroute, graafwerk, beveiligingen, het aantal laadpalen en de gewenste slimme functies.

Een systeem met dynamische regeling kan een verzwaring van de netaansluiting soms voorkomen of uitstellen. Dat maakt het financieel aantrekkelijk, maar het is geen garantie. Als het pand structureel meer vermogen nodig heeft dan de aansluiting kan leveren, blijft verzwaring mogelijk noodzakelijk. Laadmanagement verdeelt capaciteit, het creëert geen extra capaciteit.

Bij een offerte hoort daarom helder te zijn wat is inbegrepen: welk laadpunt wordt geplaatst, hoe de meting plaatsvindt, welke aanpassingen in de groepenkast nodig zijn en welke aannames gelden voor de kabelroute. Komt tijdens het werk een verborgen beperking aan het licht, dan bespreekt u eerst de opties en gevolgen. Zo voorkomt u verrassingen achteraf.

Zo bepaalt u welke oplossing past

Een goed advies begint met een paar praktische vragen. Hoeveel auto's moeten nu en later kunnen laden? Wat voor aansluiting heeft u? Welke zware verbruikers zijn aanwezig of gepland? En hoe lang staan de auto's gemiddeld aan de lader?

Voor een gezin met één elektrische auto kan één laadpaal met dynamische load balancing vaak voldoende zijn. Voor een vrijstaande woning met twee auto's, een warmtepomp en verdere verduurzamingsplannen is het verstandig om de groepenkast en uitbreidbaarheid direct mee te nemen. Voor een bedrijf of VvE zijn daarnaast gebruikersafspraken, toegangsbeheer en verrekening van laadkosten relevante keuzes.

All Man Builder brengt eerst de bestaande situatie, het verbruik en uw plannen in beeld. Daarna volgt een voorstel waarin werkzaamheden, materialen en kosten herkenbaar staan omschreven. Moet er tijdens de uitvoering iets wijzigen, dan gebeurt dat alleen na overleg. Elektra die klopt. Afspraken ook.

Wilt u een laadpunt voorbereiden zonder nu al alles maximaal uit te voeren? Laat dan minimaal ruimte reserveren in de groepenkast en denk vooruit over kabelroutes en capaciteit. Dat maakt een volgende stap later overzichtelijker, veiliger en vaak voordeliger.

Bespreek jouw project met ons

Vertel wat je wilt laten doen. Wij reageren binnen 24 uur op je aanvraag.

Vraag een voorstel aan