Bij brand, rook of direct gevaar: breng jezelf in veiligheid en bel 112. Laat werkzaamheden aan je installatie door een vakpersoon beoordelen.

De keuken valt uit zodra de vaatwasser en oven tegelijk draaien. Of de stroom verdwijnt in een deel van de woning nadat u een apparaat aansluit. Dan komt vaak dezelfde vraag op: wat is het verschil tussen een aardlekschakelaar en een installatieautomaat? Het antwoord bepaalt niet alleen welk onderdeel in uw groepenkast is uitgevallen, maar ook hoe veilig en bruikbaar uw installatie is.

Een aardlekschakelaar en een installatieautomaat doen allebei iets met veiligheid, maar zij bewaken een ander risico. Zie ze daarom niet als twee versies van hetzelfde onderdeel. In een goed opgebouwde groepenkast vullen ze elkaar juist aan.

Aardlekschakelaar versus installatieautomaat: het verschil

Een installatieautomaat beschermt bedrading en aangesloten groepen tegen een te hoge stroom. Dat gebeurt bij overbelasting en bij kortsluiting. De automaat schakelt de groep uit voordat kabels te warm kunnen worden of schade ontstaat.

Een aardlekschakelaar controleert of de stroom die via de fasedraad weggaat, ook via de nuldraad terugkomt. Is er verschil, dan lekt er mogelijk stroom weg naar aarde. Bijvoorbeeld via een defect apparaat, beschadigde bekabeling of iemand die een spanningsvoerend deel aanraakt. De aardlekschakelaar schakelt dan snel uit om het risico op een elektrische schok te beperken.

Kort gezegd: de installatieautomaat beschermt vooral de installatie tegen overbelasting en kortsluiting. De aardlekschakelaar beschermt mensen en helpt ook risico op brand door lekstroom te beperken. Voor een veilige woning heeft u doorgaans beide functies nodig.

Wat doet een installatieautomaat precies?

Elke groep heeft normaal gesproken een eigen installatieautomaat. U herkent deze aan de smalle schakelaars in de groepenkast, vaak voorzien van een aanduiding zoals B16. De letter geeft aan hoe snel de automaat reageert op een hoge piekstroom. Het getal staat voor de maximale nominale stroom, in dit voorbeeld 16 ampère.

Een B16-automaat is gebruikelijk voor veel wandcontactdoosgroepen in woningen. Maar het juiste type en de juiste waarde volgen altijd uit de bekabeling, de toepassing en het vermogen dat u verwacht af te nemen. Een kookgroep, laadpaal, warmtepomp of airco vraagt vaak om een eigen berekening en een eigen eindgroep. Alleen een zwaardere automaat plaatsen omdat een groep regelmatig uitvalt, is dus geen oplossing. Als de bedrading daar niet op berekend is, verplaatst u het probleem naar een plek die u niet direct ziet.

Overbelasting en kortsluiting zijn niet hetzelfde

Bij overbelasting vraagt u langere tijd meer vermogen dan de groep aankan. Denk aan een waterkoker, frituurpan en oven op dezelfde groep. De automaat kan dan na enige tijd uitschakelen.

Kortsluiting is directer. Fase en nul raken elkaar vrijwel rechtstreeks, bijvoorbeeld door beschadigde isolatie of een defect apparaat. De stroom loopt dan plots sterk op en de installatieautomaat schakelt vrijwel meteen af. Blijft een automaat na het inschakelen direct weer uitvallen, haal dan eerst aangesloten apparaten van die groep af. Schakel niet eindeloos opnieuw in zonder te achterhalen wat er gebeurt.

Wat doet een aardlekschakelaar precies?

Een aardlekschakelaar bewaakt meerdere groepen tegelijk. In veel woningen ziet u een bredere schakelaar met een testknop, vaak gemarkeerd met de letter T. Bij een afwijking tussen de heen- en teruggaande stroom schakelt deze schakelaar alle groepen uit die erachter zijn aangesloten.

Voor persoonsbeveiliging wordt in woningen vaak een aardlekschakelaar van 30 mA toegepast. Die waarde is gevoelig genoeg om bij relevante lekstroom snel in te grijpen. Hoeveel groepen achter één aardlekschakelaar mogen vallen en welke uitzonderingen gelden, hangt af van de opbouw van de installatie en de geldende voorschriften voor het project.

De testknop is er niet voor de sier. Door deze periodiek te gebruiken, controleert u of het mechanisme nog uitschakelt. Doe dat volgens de aanwijzing van de fabrikant, bijvoorbeeld een paar keer per jaar. Houd er rekening mee dat apparaten en verlichting achter die aardlekschakelaar dan spanningsloos worden. Slaat de schakelaar niet af na een test, laat de groepenkast dan controleren.

Waarom valt de aardlekschakelaar soms uit?

Een aardlekschakelaar kan uitschakelen door één defect apparaat, maar ook door een optelsom van kleine lekstromen. Apparaten met elektronica, verwarmingselementen of vochtbelasting kunnen daarbij een rol spelen. Denk aan een wasmachine, buitenverlichting, een koelkast, een laadvoorziening of apparatuur in een vochtige schuur.

De oorzaak is niet altijd meteen zichtbaar. Is de aardlekschakelaar uitgevallen, zet dan eerst de installatieautomaten erachter uit. Schakel de aardlekschakelaar weer in en zet vervolgens de groepen één voor één terug. Valt hij opnieuw uit bij één bepaalde groep, laat die groep en de aangesloten apparatuur gericht onderzoeken. Zo voorkomt u giswerk en onnodig vervangen van onderdelen.

De aardlekautomaat: twee beveiligingen in één onderdeel

Naast losse aardlekschakelaars en installatieautomaten bestaat er de aardlekautomaat. Dit onderdeel combineert beide functies per groep: beveiliging tegen lekstroom én tegen overbelasting of kortsluiting.

Dat biedt een praktisch voordeel. Als één groep een aardlekprobleem veroorzaakt, valt alleen die groep uit en niet meteen meerdere groepen tegelijk. Dat is prettig bij kritische toepassingen, zoals een vriezer, netwerkapparatuur, een warmtepomp of een installatie in een bedrijfspand. Ook bij uitbreiding van een bestaande groepenkast kan een aardlekautomaat een nette oplossing zijn als ruimte of verdeling aandacht vraagt.

Er is wel een afweging. Een aardlekautomaat is doorgaans duurder per groep dan een combinatie van een gedeelde aardlekschakelaar met losse automaten. Welke opbouw verstandig is, hangt af van de beschikbare ruimte, het aantal groepen, de gewenste bedrijfszekerheid en de conditie van de bestaande kast. Goedkoop op één onderdeel kan later onhandig zijn als bij een kleine storing een groot deel van de woning zonder stroom zit.

Wanneer moet uw groepenkast worden aangepast?

Een uitvallende schakelaar betekent niet automatisch dat de groepenkast vervangen moet worden. Soms is een defect apparaat de oorzaak. Soms is de verdeling van verbruikers niet logisch meer, bijvoorbeeld na een nieuwe keuken. Toch zijn er situaties waarin een controle of uitbreiding verstandig is.

Dat geldt bijvoorbeeld wanneer u regelmatig groepen overbelast, een inductiekookplaat plaatst, zonnepanelen, een laadpaal, airco of warmtepomp toevoegt, of een verbouwing uitvoert. Ook een oude kast met smeltzekeringen, ontbrekende aardlekbeveiliging of beperkte ruimte verdient aandacht. Bij oudere woningen in Rotterdam en omgeving komt het regelmatig voor dat de elektra ooit passend was voor basisverbruik, maar niet voor de huidige keuken, thuiswerkplek en verduurzamingsplannen.

Bij een driefasenaansluiting is de verdeling extra relevant. Zware verbruikers kunnen dan over verschillende fasen worden verdeeld. Dat geeft meer capaciteit, maar vraagt ook om een ontwerp dat aansluit op de hoofdaansluiting, kabeltrajecten en de apparatuur die u werkelijk gebruikt. Een driefasenkast is niet vanzelf beter als de rest van de installatie er niet op is afgestemd.

Zo leest u een storing zonder technische gok

Kijk eerst welk onderdeel is uitgevallen. Staat één smalle automaat omlaag, dan gaat het meestal om overbelasting of kortsluiting op die groep. Staat een bredere schakelaar met testknop omlaag, dan is lekstroom waarschijnlijker. Staan meerdere onderdelen uit, dan kan de volgorde waarin ze zijn uitgevallen iets vertellen, maar een inspectie blijft vaak nodig.

Noteer wat er vlak voor de storing gebeurde. Werd een nieuw apparaat aangesloten? Draaide de wasmachine? Regende het hard en is er buitenverlichting aangesloten? Deze informatie helpt een elektricien sneller bij een gerichte controle. Maak eventueel een foto van de groepenkast en de stand van de schakelaars voordat u alles terugzet.

Open een groepenkast niet zelf als u niet weet wat u doet. Achter de afdekking bevinden zich delen die onder spanning kunnen staan, ook wanneer een aantal groepen is uitgeschakeld. Een storing oplossen door beveiligingen te overbruggen of een automaat zwaarder te kiezen, is geen veilige route.

Een plan dat past bij uw woning of project

Bij een aanpassing kijkt All Man Builder niet alleen naar het aantal lege plekken in de kast. De vraag is ook welke apparaten erbij komen, hoeveel vermogen zij vragen, hoe de bestaande bedrading is aangelegd en welke delen van de woning of het pand in bedrijf moeten blijven. Daarna is helder welke groepen nodig zijn, of aardlekautomaten voordelen bieden en welk werk vooraf afgesproken wordt uitgevoerd.

Een groepenkast hoort geen verzameling losse oplossingen te zijn. Laat bij een storing, verbouwing of uitbreiding eerst vaststellen wat de oorzaak en de benodigde capaciteit zijn. Dan kiest u niet zomaar een schakelaar, maar een beveiliging die past bij hoe u woont, werkt en verder wilt bouwen.

Bespreek jouw project met ons

Vertel wat je wilt laten doen. Wij reageren binnen 24 uur op je aanvraag.

Vraag een voorstel aan